In het Antwerpse Zuiderpershuis maakt The Singing Factory zich op voor de première van de familiemusical (Bijna) Echt. Tussen het jonge geweld straalt Nicky Langley als museumwachtster Agatha. Wij spraken de actrice, die bij het grote publiek voor eeuwig in het hart gesloten zit als Oma Fonkel uit Mega Mindy, over de magie van het repetitieproces, de nieuwe generatie musicalsterren en de zeldzame klik met bepaalde rollen.
Nicky, hoe heb je de repetitieperiode beleefd?
“Ik vind repeteren zalig. Dat is eigenlijk de fase waarin ik het gelukkigste ben. Er is de voorbije decennia veel veranderd in het theaterlandschap, ik heb nog de tijden meegemaakt waarin je zes volle weken kon repeteren. Dat was hemels. Begrijp me niet verkeerd: als de première eenmaal voorbij is en je mag spelen, is dat heerlijk. Maar de repetitietijd heeft iets magisch. Er hangt een bijzondere sfeer in een groep omdat je samen iets aan het maken bent.”
Hoe pak jij het ontdekken van zo’n nieuw personage aan?
“Dat begint bij het leren van de tekst. Dat gaat bij mij het vlotst als ik tegenspel krijg. Dan vraag ik een buurvrouw, een vriend of een kennis: ‘Wil jij even mijn tegenspeler zijn?’ Dan zit die tekst er meteen in. Als ik het alleen moet doen, ben ik er soms een hele dag mee bezig: een uurtje studeren, even wegleggen en weer opnieuw beginnen. Dan ontdek je plots leuke lagen in een scène, en die noteer ik. Het gebeurt weleens dat Wanne (Synnave, auteur en regisseur, nvdr.) lachend zegt: ‘Heel leuk gevonden Nicky, maar dat gaan we toch maar niet doen.’ (lacht) Maar dat creatieve zoeken, ongeacht welke leeftijd je hebt, blijft een enorm cadeau. In Amerika of Groot-Brittannië zeggen ze zo mooi: it keeps me off the streets. Als je niet speelt, wat doe je dan? In de zetel hangen en televisie kijken. Creatief bezig zijn geeft focus, het is het gezondste wat er bestaat.”
Wat kan je ons vertellen over jouw personage Agatha?
“Agatha is suppoost in het museum. Ze heeft via schermen zicht op alle zalen, maar brengt haar dagen hoofdzakelijk door in de kelder, vlak naast het koffieapparaat. Haar voornaamste bezigheden zijn koffie drinken en kruiswoordraadsels oplossen. Als freelancer ken ik dat gevoel van routine amper, ik heb in mijn leven zelden een vast contract. Maar bij Agatha is dat wel aanwezig.”

Na je doortocht in de zomerproductie Esta Noche vorig jaar werk je opnieuw samen met The Singing Factory. Was de keuze snel gemaakt?
“Zodra Wanne of Tinne (De Groot, die de koorleiding voor haar rekening neemt, nvdr.) belt, zeg ik meteen ja. Ik ben ontzettend dankbaar voor alle oma’s die ik in mijn carrière al heb mogen spelen. Vorig jaar in Esta Noche was ik ook weer de grootmoeder van dienst. Dus toen Tinne belde met de vraag of ik vrij was voor een musical in november, dacht ik: ‘Het zal wel weer een oma zijn.’ (lacht) Toen ik hoorde dat het om een museumwachtster ging, sprong ik een gat in de lucht. Ik heb namelijk een zwak voor het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA). Vroeger woonde ik er vlakbij en was ik er kind aan huis. Ik beschouw dat echt als ‘mijn’ museum. Eind jaren negentig heb ik eens gevraagd of ik er een nacht mocht blijven slapen tussen de kunstwerken. Ze verklaarden me toen voor gek, terwijl musea daar nu net televisieprogramma’s rond maken! Dat ik nu een personage mag neerzetten dat elke dag in een museum rondloopt, is echt een cadeau.”
“Wanne, waarom zit jij niet op Broadway?”
De band tussen jou en Wanne Synnave lijkt bijzonder hecht.
“Wanne bezit een zeldzame feeling. Hij heeft voor deze voorstelling een solo voor mij geschreven. Toen hij me het nummer voor het eerst liet horen, begon ik spontaan mee te zingen. Het stond meteen in mijn toonaard. Zoiets maak je als actrice zelden mee. Zelfs met pianisten met wie ik al jaren optrek, moeten we telkens weer zoeken naar de juiste toonsoort. Bij Wanne was het er direct op.”
Hij weet precies wat bij je past?
“Absoluut, en dat terwijl we elkaar buiten de producties om eigenlijk weinig of niet zien. Wanne voelt perfect aan wie ik ben. In die song zit bijvoorbeeld een stuk rap. De meeste regisseurs denken bij iemand van mijn generatie: ‘Zij is een oma, geef haar maar een gewoon liedje.’ Maar Wanne wéét dat ik dol ben op rap. Wat voor beeld hebben mensen soms van mij (lacht)? Ik amuseer me daar te pletter mee. Wanne is een creatief genie. Tijdens de repetities van Esta Noche heb ik hem al gezegd: ‘Wanne, wat doe jij hier eigenlijk nog? Waarom zit jij niet op Broadway?’ Wat hij schrijft is zo origineel, gelaagd en muzikaal af. Ik had tijdens de repetities trouwens zelf een grapje bedacht voor Agatha’s kruiswoordraadsel: ‘Zeven letters, creatief genie: De Wanne.’ Waarop hij meteen reageerde: ‘Heel vleiend Nicky, maar dat schrappen we. Straks denkt het publiek dat ik dat zelf geschreven heb!’”
The Singing Factory zet hard in op speelkansen voor jongeren. Hoe bevalt die wisselwerking jou?
“Het is een ongelooflijk warme, respectvolle bende. Als ik hier binnenkom, zijn ze altijd heel enthousiast. Wat die jongeren hier doen, is ongelooflijk. De choreografieën in deze voorstelling zijn ontzettend strak en snel. Terwijl ik nog volop aan het oefenen ben, kennen zij die pasjes al na een uurtje. Dan zeg ik: ‘Amai mannen, hoe doen jullie dat zo snel?’, antwoorden ze dat ze het nog niet goed genoeg vinden. Het zijn harde werkers.”

En ook buiten de repetitiezaal kan je op hen rekenen, toch?
“Absoluut! Ik zit sinds kort op Instagram en daar begreep ik aanvankelijk niets van. Die jongeren hebben me meteen onder hun vleugels genomen. ‘Moeten we naar Gent komen om je te helpen, Nicky?’ Ze hebben me op het hart gedrukt dat ik hen dag en nacht mag bellen. Onlangs had ik per ongeluk een bericht gestuurd naar de verkeerde persoon, en ik wist niet wat ik moest doen. Ik stuurde om twee uur ’s nachts een berichtje met de vraag of ik mocht bellen. Ik kreeg meteen antwoord: ‘Natuurlijk, bel maar!’ Zonder enig gezucht loodsten ze me erdoorheen. Het is een cadeau om in zo’n groep te kunnen werken.”
“Ik was zo blij dat ik begon te slingeren”
Je gaf eerder aan dat deze rol je op het lijf geschreven is. Kom je zulke personages vaak tegen in een loopbaan?
“Een collega zei ooit: ‘Als je in je hele carrière vijf rollen mag spelen die je écht graag doet, is dat veel.’ Daar denk ik nog vaak aan terug. Uiteraard speel je al je rollen met overgave en beroepseer, want het is je vak en je passie. Maar er zijn van die personages waarbij je vanaf de allereerste seconde voelt: dit is van mij. Dat had ik destijds bij de auditie voor Oma Fonkel in Mega Mindy. Ik voelde meteen een klik met Fred Van Kuyk. Toen Ketnet en Studio 100 me nadien opbelden om te melden dat ik de rol had, zat ik achter het stuur. Ik was zo blij dat ik begon te slingeren. Datzelfde gevoel had ik bij Esta Noche, en nu opnieuw bij Agatha.”
Wat hoop je dat het publiek meeneemt uit de voorstelling?
“(Bijna) Echt raakt aan belangrijke thema’s zoals ADHD en maatschappelijke verwachtingspatronen, maar verpakt dat in een verhaal vol humor en warmte. Het stuk nodigt iedereen uit om niet krampachtig binnen de lijntjes te kleuren. Voor mij voelt dit project geen seconde aan als werken. Het is één brok speelplezier, en ik kan niet wachten tot de zalen vollopen.”
(Bijna) Echt is nog tot en met 22 november te zien in Antwerpen. Tickets en info via singingfactory.be.
Lees ook: Enno Bové is (Bijna) Echt in nieuwe familiemusical

